penningtulphuisnut

tulpomania In de zeventiende eeuw ging Nederland zich te buiten aan de passie voor de toen nog exotische tulp. De gekte liep zo hoog op dat voor een enkele bol meer dan een jaarsalaris werd neergeteld. Op 3 februari 1637 kwam er een onverwacht einde aan deze tulpomanie. Duizenden Nederlanders moesten het speculeren met tulpenbollen met de ondergang bekopen.

Notitie van prijzen in de eerste helft van de 17e eeuw.

1/2 stuiver                prijs van een kan bier, ca. 1635
8 stuiver                   dagloon van een ervaren bleker, 1601, (ca. 110 gulden per jaar)
250 gulden              jaarinkomen van een timmerman, rond 1630
1600 gulden            som die Rembrandt ontving voor De Nachtwacht, 1642
5200 gulden           hoogst betrouwbaar geattesteerde prijs die voor een tulpenbol werd betaald, 1637

De tulp komt uit het oosten, uit Centraal – Azië, en pas rond 1570 kwam de tulpenbol in de Verenigde Provinciën.

Voor meer achtergronden verwijs ik o.a. naar: Mike Dash, Tulpengekte, of Anna Pavord, De Tulp

Met de Semper Augustus werden de eerste symptomen zichtbaar van wat later de tulpengekte genoemd zou worden. Tientallen soorten komen in omloop. Een rage ontstaat. De prijzen lopen tot ongekende hoogte op. Helemaal door het dolle heen van de gemaakte winsten, begint een windhandel, die er niet om liegt. In Hoorn wordt een huis verkocht voor drie beroemde bollen, in het West-Fries Museum in Hoorn is de gevelsteen met drie tulpen nog te zien.
Bezeten door de gigantische prijzen, stort bijna iedereen zich op het tuinieren en daarmee op de tulp.
Er wordt lustig gegokt, bollen gaan per dag soms tien keer van de hand.
En opeens valt de klap. Binnen enkele weken is een bol van 4000 gulden, geen 50 gulden meer waard...
en de windhandel is uitgeraasd.

bg